Een nieuw begin
Met veel plezier heb ik de afgelopen 21 maanden gebruik gemaakt van de wordpress.com dienst. Het begon met een blog over mijn reis naar Tanzania, hier werd later Virtual Studio Network en mijn studie aan toegevoegd. Na verloop van tijd kwamen daar steeds meer projecten bij, waardoor ik zelf ook het overzicht ietwat verloren ben.
Daarom nu een scheiding naar twee sites: één voor mijzelf als persoonlijk blog, hier schrijf ik over mijn ideeën, projecten en vervolgstudie; en één voor Virtual Studio Network.
Dus kwam je voor mijn persoonlijk blog dan verwijs ik je graag door naar http://www.alexandermooij.com
Kom je voor Virtual Studio Network, dan verwijs ik je graag door naar http://www.virtualstudionetwork.com (nog in opstartende versie).
Bedankt!
Kom niet aan het recht om te stelen!
Goed. Vanochtend stond er in de Pers een stuk over zogenaamde ‘onzinargumenten’ voor downloaden. Gezien via Niels. We kennen het verhaal inmiddels wel, toch ga ik even in op de stellingen van het stukje in dit ‘kwaliteitsblad’.


Films en muziek zijn te duur en niet legaal beschikbaar.
“Vroeger […] huurden […] we een videoband en klaagde niemand. Maar omdat op internet downloaden ‘gratis’ is, hebben we kennelijk een andere prijsperceptie gekregen, die diefstal zou rechtvaardigen.”
Wordt het niet eens tijd om te luisteren naar de consument in plaats van haar te vertellen wat ze wel en niet moet? Kan het niet zijn dat de consument geen waarde hecht aan het product dat ze tot zo ver kan bemachtigen? Waarom kopen we wel de Rolex en niet een CD’tje? Volgens mij heet dat geintje ‘toegevoegde waarde’, die we blijkbaar dus niet leveren. Wie denken wij wel niet dat wij zijn? Een beetje onze kostbare fans vertellen hoe zij ons moeten beleven. Of ben ik gek?
Grenzen aan downloaden zijn een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting.
“Die vrijheid is echter begrenst door de rechten van anderen. U weet wel, de makers…”
Van juridische zaken heb ik geen kaas gegeten, dus daar kan ik niet inhoudelijk op ingaan. Wel moet men zich realiseren dat dit enkel een spel is. Voor een jurist is het de absolute waarheid, voor de rest van ons is het een boom op weg. We kunnen ook even een stukje omrijden. De makers en distributeurs moeten zich afvragen: als wij dit spelletje spelen; helpt ons dat, of houdt het ons tegen? Wanneer je verdienmodel op orde is, hoef je je geen zorgen te maken over ‘illegaal downloaden’. Zo simpel is het.
Een downloadverbod zou miljoenen mensen kenmerken als crimineel.
Het enige wat ik hierop kan zeggen is: als zo’n overgroot deel van de bevolking op deze manier reageert op de mogelijkheden van nu, heet dat niet gewoon marktwerking? Ik zie het zo: vroeger hadden we een probleem. Er waren niet genoeg kopieën. De industrie heeft dat probleem opgelost door opnames in enorme oplagen te kopieën en daar een vergoeding voor te vragen. Nu hebben we dat probleem opgelost doordat iedereen distributeur is geworden. Appeltje C, appeltje V en je hebt er twee!
Dus tijd voor een nieuwe waarde te leveren. Een nieuw probleem oplossen. Dat is waar ondernemen toch over gaat?
Een verbod stimuleert creativiteit niet, want met een verbod wordt de entertainmentindustrie niet gedwongen met nieuwe bedrijfsmodellen te komen voor het stimuleren van creativiteit.
Als we op de entertainmentindustrie moeten wachten kunnen we wel inpakken. Dat gaat niet gebeuren. Ook stimuleert een bedrijfsmodel creativiteit niet. Creativiteit kan een bedrijfsmodel stimuleren.
Jan-Hein Strop zegt: “Dit suggereert dat op grote schaal inbreuk maken op auteursrechten een stimulans is voor creativiteit…”
Dat is natuurlijk een wat lastige stelling. Mijn idee: de huidige situatie werkt niet, dus er moet wat veranderen. Wat nou als je een verdienmodel hebt, waarbij de waarde niet langer in enkel het product (dat oneindig vaak te kopiëren is) zit, maar juist in dingen die níet te kopiëren zijn? Voorbeelden zijn: belevenis, de relatie, fysieke waarneming van een optreden.
Het huidige auteursrecht remt innovatie, want rechthebbenden kunnen nieuwe, verstorende technologie aanpakken.
Je kunt zeggen wat je wilt, maar de websites als The Pirate Bay en dergelijke hebben de welvaart standaard bizar verhoogt. Nogmaals: wanneer je verdienmodel aangepast is aan de huidige situatie heb je nergens last van. Dan kan gratis gewoon rustig naast betaald bestaan.
Een verbod is niet te handhaven.
Ik zou deze stelling aan de jongens van ‘Wie wordt de Baas op Internet?’ voorleggen.
Mijn toelichting
Een aantal keer verwijs ik naar een kloppend verdienmodel. Eentje die is aangepast aan de huidige situatie. Ik heb het in mijn thesis al beschreven, toch ligt ik ‘m kort even toe:
Het huidige verdienmodel is gebaseerd op de verkoop van producten, kopieën van een origineel om precies te zijn. Alle waarde zit in het feit dat je de muziek van enkel die gekochte CD of dat kochte MP3 bestand kan beluisteren.
En toen kwam het internet. Ons beste kopieerapparaat ever. Wat krijgen we nu? De waarde van een CD zit in het feit dat daar muziek van kunnen luisteren. Dat is alleen helemaal niet praktisch, een MP3-speler is veel handiger. Ook een online download-kanaal is veel praktischer.
Wat moeten we doen? Verkoop niet het product, maar de relatie. De waarde zit niet meer in de CD, maar in de relatie tussen maker en consument. De CD vertegenwoordigd die relatie alleen maar. In feite kun je een leeg hoesje verkopen aan de consument. Die muziek luistert ‘ie wel via Spotify, of een ander online kanaal. De hoes is een fysieke vertegenwoordiging van de band die de fan heeft met de artiest.
Als fan ga je graag naar een optreden van de artiest. Daar leg je rustig een tientje voor neer, want je volgt de artiest al een jaar online. Je hebt gezien hoe deze artiest heeft zitten ploeteren, zoekend naar haar eigen identiteit, zoekend het juiste publiek dat daarbij past. Dan sta je daar, in de zaal. Iedereen zit ademloos te luisteren. Velen hebben hetzelfde traject afgelopen, maar op hun eigen manier. We hebben de artiest gevolgd, nu is het echt. Na afloop van het concert zie je hoe ze met groot plezier iedereen te woord staat en een CD’tje signeert met een persoonlijke boodschap. Daar leg je ook graag een tientje voor neer. Waarom? Het is écht! En gaat dat nu om die CD? Nee.. Wel om de muziek, maar het gaat om die band. Die band die je samen hebt.
In feite verandert er niks. Je verkoopt nog steeds een CD. Toch ga je zorgvuldiger om met die relatie tussen jou en je fans. Daarnaast, en dat is heel belangrijk, bedenk je je als artiest dat je verschillende soorten fans hebt: de toevallige voorbijganger die je een keer hoort op de radio en de ultieme fan die ‘s nachts onder een dekbed slaapt met jouw hoofd erop. Bied je beiden hetzelfde product? Lijkt me niet.
Ik hoop dat mensen die het stuk in de Pers gelezen hebben het wel
met een korreltje zout nemen. Die man heeft er vast goed over nagedacht en heeft vast gelijk. Hij benadert het echter wel vanuit zijn eigen bubbel. De makers hebben zelf de vrijheid om te bepalen hoe zij hun werk aanbieden. Ik ben van mening dat een verdienmodel in een open systeem (met gratis downloaden dus) werkt. De keuze is aan jullie, kies zorgvuldig welk spel je speelt.
THNK Lab op PICNIC
Deze week was ik op PICNIC in Amsterdam. Ik kreeg een kaartje voor het evenement omdat ik deelnam aan het THNK Lab van de organisatie THNK. THNK is op zoek naar het nieuwe creatieve leiderschap. Het organiseert denk-tanks, discussiegroepen en brainstorm-sessies, om grote en complexe problemen op te lossen.
Zo was THNK Lab op PICNIC georganiseerd met het doel “redesigning the experience of political representation”, met als hoofdvraag: “hoe de kloof tussen politicus en stemmer weg te nemen?” In feite gaat het over de verbinding, de relatie, tussen de politicus en de kiezers. Verander politicus in artiest en kiezers in fans en dan begrijp je wat ik bij deze brainstorm-sessie te zoeken had.
De sessie duurde ongeveer vier uur en gedurende deze tijd werden we geholpen door een docenten-team van Stanford University. In vier groepen van vijf à zes mensen gingen we aan de slag. Om het enigszins gestroomlijnd en behapbaar te maken kregen we een van tevoren opgesteld designproces waarmee we op een oplossing konden komen voor het eerder genoemde probleem.
Deze dag hebben we gebruik gemaakt van het ‘EDIT’-systeem, oftewel Empathize, Define, Ideate en Test.
‘Empathize’ staat voor het gesprek aangaan met de doelgroep waarvoor je een probleem gaat oplossen. In ons geval betekende dat een interview met een willekeurige man op straat. Politiek gaat immers iedereen aan. We hadden mazzel: de man die wij met ons team geïnterviewd hebben had een sterk uitgesproken politieke mening, zoals op de foto ook te zien is (ja we hebben die hippie meneer geïnterviewd).
‘Define’. Na het inleven in de doelgroep waarvoor het probleem opgelost wordt is het tijd voor definitie. Wie is de doelgroep en waar behoort hij toe? Wat is zijn persoonlijke behoefte? Daar komt dan een zin uit in bijvoorbeeld deze vorm: wij hebben geleerd dat de ‘reflectieve holistische troubadour’ een ‘podium’ nodig heeft voor ‘het verspreiden van zijn boodschap over acceptatie en wederzijds respect’.
In de ‘Ideate’ fase ga je erop los brainstormen. Een paar belangrijke statements van deze fase zijn “we’re not looking so much looking for the perfect solution, instead we are exploring the solution space”. Belangrijk is het verzinnen van oplossingen en het beoordelen van oplossingen strikt van elkaar gescheiden te houden. Hier kwamen we uiteindelijk met een stel gave opties als: “we kunnen een platform maken voor open source ideologie” en “we maken een bus voor onze geïnterviewde waarmee hij kan reizen en mensen meenemen in zijn wereld, om ze te leren over zijn ideeën”.
‘Test’ is dan de, voor nu, laatste fase. Hierin worden prototypes gemaakt van het idee om het te kunnen overbrengen. Ons uiteindelijke idee is een ‘Open Source politieke partij’ geworden. We hebben het idee en het raamwerk beschreven als prototype allemaal onder de noemer “Declaration of Interdependence”, omdat het tijd wordt voor een politieke beweging die gaat over acceptatie, wederzijds respect en voorbij landsgrenzen denkt omdat het onze mondiale wederzijdse afhankelijkheid inziet en accepteert.
Misschien ga ik die politieke partij ook echt starten. Zijn er liefhebbers?
Op de site is ook de press release en het verhaal te lezen. Hier staan de foto’s
Beste mensen van THNK Lab en van PICNIC, hartelijk dank dat ik mee mocht doen. Ik heb heel veel geleerd en inspiratie op kunnen doen in die paar dagen. Heerlijk!
Crowdfunding? Tribefunding!!
Vorige week dinsdag sprak ik met Gijsbert Koren van het platform CrowdAboutNow en het blog Smarter Money. Hij houdt zich al een aantal jaar bezig met crowdfunding en de mogelijkheden ervan. Ik vroeg hem of hij vond dat crowdfunding zichzelf in zijn ogen al bewezen heeft. “Nog niet genoeg”, was daarop het antwoord. Ik ben het met hem eens.
Vanaf het eerste moment dat ik van Sellaband hoorde, dat zal wel 2007 geweest zijn, was ik geïnteresseerd in het concept van crowdfunding en hetgeen wat op die manier mogelijk gemaakt wordt.
Even een korte uitleg over wat crowdfunding is: zoals bij wikipedia iedereen een bijdrage in kennis kan leveren, ook wel bekend als crowdsourcing, zo kan via crowdfunding iedereen een bijdrage in geld leveren voor het realiseren van een project. In het geval van Sellaband was dat project het produceren en distribueren van een muziekalbum.
Het is een heel directe manier om samen met je fans (ik heb het graag over fans) een project in de wereld te zetten. Door platformen zoals Sellaband, Kickstarter, CrowdAboutNow en al die andere mogelijkheden, is het mogelijk om zonder tussenpersoon / gatekeeper een project in de wereld te zetten die anders misschien als ‘onrealistisch’ en ‘onhaalbaar’ werd ingeschat.
Nu zijn er veel pro’s en con’s aan het onderwerp. Zoals Niels Aalberts terecht roept: “democratie en kunst gaan niet samen!” Zijn stelling is makkelijk te beargumenteren met het innovatie diffusie-model: 2,5 % innovator, 13,5 % early adopter, 34 % early majority, 34 % late majority en 16 % laggards. Het percentage van mensen dat het potentieel van een nieuw product, of het nu een artiest is of een pak zeep maakt even niet uit, kan herkennen is simpelweg heel erg klein. Dat is niet erg, maar dat betekent in mijn ogen wel dat de selectieprocedure en de financieringsprocedure uit elkaar getrokken moeten worden. Dus dat er wel nog een A&R tussen zit, of in elk geval adviseert onder het mom van “ik zou deze kiezen”.
Tijdens het gesprek dinsdag kwamen we op een gegeven moment uit op een ander knelpunt: de naam. Ik ben zelf altijd wel een groot fan van filosoferen over terminologie, Gijsbert ook, en samen zijn we erachter gekomen dat crowd een verkeerd woord is om te gebruiken. Crowd impliceert namelijk dat de groep zonder samenhangend doel ergens aanwezig is. Een crowd kan een publiek zijn dat een concert bijwoont, maar kan ook een willekeurige groep mensen zijn die op hetzelfde moment in een stationshal aanwezig is. In het geval van crowdfunding met een online platform is de groep niet fysiek, maar virtueel samen, maar ze zouden eigenlijk wel een gemeenschappelijk doel moeten hebben.
Seth Godin beschrijft in Tribes zijn definitie van het woord tribe: een tribe is groep mensen dat gebonden is aan een gemeenschappelijk doel, er is een leider en er is een platform die interactieve communicatie met de leider én de groep onderling stimuleert. Er zijn spelregels aan de groep gebonden, dat kun je zien als cultuur. Het verschil tussen een crowd en een tribe is de mate van georganiseerdheid en aanwezige synergie. Mijn mening is dat je met een tribe bergen verzetten kunt omdat je elk lid als ambassadeur van jouw idee beschouwen kunt. Bij een crowd blijf je altijd de kar het hardst zelf trekken. Vandaar de term ‘tribefunding’
Vol goede moet kocht ik tribefunding.com Gijsbert en ik zullen daar naar alle waarschijnlijkheid een gezamelijk blog starten over de ontwikkeling van deze term.


Ingeschreven, Virtual Studio is een feit!
Zoals sommigen van jullie op twitter en facebook al gezien hebben: Virtual Studio is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Hilversum als eenmanszaak. Alleen heet het iets anders: ‘Virtual Studio Network’. Er bleek namelijk al een bedrijf ingeschreven te staan onder de naam ‘Virtual Noise Studio’s’.
Zoals ik al eerder schreef heb ik contact gehad met iemand van Merkwerk. Uit dat gesprek bleek de naam ‘Virtual Studio’ in dit geval te beschrijvend en dus niet te beschermen. Mijn theorie was dan dat wanneer deze naam niet vast te leggen is, iemand anders mij ook niet kan beperken in het gebruik hiervan.
De dame van de Kamer van Koophandel was hier niet echt van onder de indruk. Ik heb toen maar even spreekwoordelijke eieren voor m’n geld gekozen en voor de tijdelijke naam ‘Virtual Studio Network’ gekozen. In principe prima, maar gaan we hiermee door zou dat betekenen dat het logo weer opnieuw ontworpen mag worden (sorry Geert).
Mijn vraag aan jullie, waarde lezers, is nu: heb ik gelijk en mag ik de naam ‘Virtual Studio’ gebruiken? Of heb ik eerst schriftelijke goedkeuring van het bedrijf Virtual Noise Studio’s nodig? Of is Virtual Studio Network een nog betere naam? Ik vraag het me af.
Tot zover het beestje-bij-de-juiste-naam-noemen-verhaal, ik wil graag even stilstaan bij dit mooie moment dat ik die inschrijving in mijn handen had. Zo verzin je iets, en iets meer dan een jaar later is het er. Met name dankzij jullie. Prachtig toch? Dat vonden mijn ouders ook: deze champagne gaat open op het moment dat we met VS wat mijlpalen behaald hebben!
Celine Cairo EP release
Afgelopen woensdag was ik bij de EP release van
Celine Cairo in Paradiso, Amsterdam. Celine schrijft, zingt, en speelt schitterende liedjes. Haar betoverende getokkel op de nylon snaren van haar gitaar wordt begeleid door Matthijs Lievaart op viool en altviool en Mart Jenninga op basgitaar. Matthijs is een ervaren violist die zich heeft laten inspireren door vele andere culturen. Het gevolg hiervan is dat hij zijn instrument inzet op onverwachte manieren – hij kan zelfs fluiten met zijn viool als hij flageoletten speelt! Mart is een bijzondere basist die, naast het feit dat hij een krachtige basis kan vormen, de liedjes kan voorzien van een boeiende melodie en harmonie. Dit trio is in een kleine twee jaar uitgegroeid tot een Zwitsers uurwerk. Toch heb ik hiermee niet de essentie van de groep beschreven. Het is Celine haar loepzuivere, scherpe stem – met chique hoog – die de zaal en mijzelf het zwijgen doet opleggen. Haar gevoel voor dynamiek en expressie is heel direct. Er zit niks tussen. Dat maakt het heel bijzonder en heel puur. Deze EP, geproduceerd en gemixt door Joost de Glopper en opgenomen door Tjeerd Schils, is de eerste uitgave van Celine Cairo. Toch heeft ze zonder eerder uitgebracht materiaal een behoorlijke fanbasis om zich heen weten te verzamelen door consequent op te treden, veel filmpjes op YouTube te zetten en flink aanwezig te zijn op de bekende online platforms. Hierdoor weten mensen wie zij zijn (Create Awareness).
Op de avond zelf was de EP voor het eerst te koop. Ik volg Celine, Mart en Matthijs inmiddels ruim een jaar en ik blijf graag op de hoogte van hun muzikale uitspattingen (Connect with Fans). Om die reden heb ik er mijn geld graag voor over om ze live te zien spelen én om de EP daar van de artiest zelf te kopen, mét handtekening (Reasons to Buy). Zoals je ziet, het kan eenvoudig zijn: het begint allemaal met een sterk product. De rest is keihard knokken, consequent zijn en elke fan koesteren en met respect behandelen.
Ik heb zo het idee dat deze groep in 2011 nog wel eens heel groot kan worden, maar geen zorgen: ik zal niet roepen dat ik het ‘altijd al heb geweten’ en ze ‘als eerste ontdekt heb’. Ik gun het ze in elk geval van harte en daar ben ik volgens mij niet de enige in!
Master of Philosophy
Een week of twee geleden ben ik afgestudeerd aan de Hogeschool voor Kunsten Utrecht faculteit Kunst Media en Technologie met een European Media Master of Arts in Sound and Music Production. Ja ze weten creatief om te gaan met de titels daarzo bij de HKU en daar komt er over tweeëneenhalf jaar weer één bij: een Master of Philosophy.
Het is vandaag nog even wat geregel, maar ik heb zojuist via email bevestiging gekregen dat ik ben toegelaten voor het traject van de MPhil! De constructie is wat ingewikkeld, maar zit zo in elkaar: ik schrijf me in voor een onderzoeksversie van Master of Music, dit traject volg ik twee jaar. Daarna plakt de HKU in combinatie met een universiteit in Engeland daar een halfjaar aan vast onder de noemer Master of Philosophy.
Deze tijd wil ik gebruiken om verder te gaan waar ik ben gebleven met mijn thesis. Ik wil weten of het verdienmodel in open systemen werkt en of het daadwerkelijk ook toepasbaar is in andere sectoren dan de muziek. Daarnaast wil ik onderzoeken hoe de rol van de artiest- en repertoire-manager in een netwerkmaatschappij zich ontwikkelt waarbij de rollen van productieleider en band-coach met elkaar verbonden wordt, dat is wat de Virtual Studio Counselor moet gaan doen. Dus hoe vertaalt de Virtual Studio Counselor de interne identiteit van de artiest naar een muziekproductie proces en later in een marketing campagne? Genoeg te doen dus.
De opleiding vindt plaats naast de opstart van Virtual Studio. Op die manier heb ik de MPhil voor de theorie en Virtual Studio voor de praktijk. Lijkt mij een prima combinatie.
Finn Silver photoshoot
Afgelopen zomer hebben Fridolijn van Poll en Mark Berman van Finn Silver een foto-sessie gedaan met de getalenteerde Laura Andalou. In een prachtige omgeving hebben ze schitterende plaatjes geschoten. Hier is een mooi ‘making of’ filmpje van gemaakt, echter WordPress en ik hebben ruzie over het embedden van filmpjes dus kijk ‘m vooral hier.
De resultaten van de sessie zijn hier te bewonderen.
It’s the first follower that turns the lone nut into a leader
Virtual Studio Logo
Sommigen van jullie hebben het logo al gezien op mijn thesis. Samen met Geert heb ik deze zomer gewerkt aan het VS logo, met dit als basis gaan we de hele huisstijl maken. Het logo staat voor de verbinding en wisselwerking tussen twee punten. De slogan ‘connecting creativity’ is een directe vertaling van wat we met Virtual Studio doen. Ik denk dat ik deze voorlopig houd.
Ik ben heel erg benieuwd naar jullie mening over het logo. Laat weten wat je ervan vindt in de comments of via de mail als je dat liever hebt.
Grappig detail: het lettertype is Eurostile, dat werd ook gebruikt voor het logo van het Eurovisie Songfestival. Niet dat ik daar nou zo graag mee geassocieerd word…







